Nederland en de Europese Parlementsverkiezingen

Afgelopen week viel het me op dat de verkiezingsborden in de stad voorzien waren van nieuwe gezichten. Na afloop van de Provinciale Statenverkiezingen in maart zijn de grote borden blijven staan om ze afgelopen week te kunnen voorzien van nieuwe koppen. Het gezicht van EU-fanaat Frans Timmermans valt meteen op, net als het inmiddels saaie vaasje van de VVD. Rechtsonder prijkt een brede glimlach van de winnaar van de afgelopen verkiezingen. Wie een blik werpt op de kandidatenlijsten komt weinig bekende namen tegen. Deze onbekendheid is ook algehele tendens die heerst rondom de Europese Parlementsverkiezingen. Onderzoeksbureau I&O research kwam met een interessant rapport naar buiten over de verkiezingen die, ja echt waar, over twee weken plaatsvinden.

Uit het recente onderzoek blijkt dat gemiddeld genomen alleen eerdergenoemde PvdA’er Frans Timmermans bekend is onder de bevolking met een percentage van zo’n 78 procent. De rest van de lijsttrekkers genieten weinig bekendheid, laat staan de andere namen op de lijsten. Na Frans Timmermans gaan de percentages van bekendheid al snel onder de 10 procent. Ook de bezigheden binnen het Europees Parlement en de structuur van dit parlement zijn voor de Nederlandse bevolking vaak reen raadsel. Dit alles blijkt dan ook uit de opkomstcijfers van de afgelopen jaren: in zowel 2009 als 2014 lag de opkomst binnen Nederland onder de 38 procent, ter vergelijking lag deze voor de Provinciale Statenverkiezingen op ruim 56 procent. Er gloort echter hoop aan de horizon. Volgens het onderzoeksbureau I&O research zal de opkomst dit jaar hoger liggen en tussen de 40 en 45 procent uitkomen.

Het onderzoeksbureau deed naast deze voorspelling meer onderzoek in de aanloop naar de verkiezingen op donderdag 23 mei. Het vertrouwen in het Europese Parlement is het laagste van alle bestuursorganen, gevolgd door de Provinciale Staten. Het meeste vertrouwen hebben we in de gemeenteraad. Een logische verklaring hiervoor kan gevonden worden in de eerder genoemde onbekendheid van de volksvertegenwoordigers evenals de onduidelijkheid rondom thema’s en macht in Brussel. Desalniettemin liggen er volgens de Nederlandse bevolking mogelijkheden voor een Europese aanpak wanneer het gaat om de grote overkoepelende thema’s. Het blijkt dat Nederlanders problematiek rondom klimaatverandering, internationale veiligheid en migratiestromen het liefst op Europees niveau opgelost zien worden. Daarnaast moet de Europese Unie zorgen voor een gelijk speelveld voor alle EU-landen en zal er een sterk machtsblok nodig zijn tegen internationale grootmachten als Amerika en China. Dit zijn de thema’s waar de Nederlandse kiezers elkaar, ongeacht politieke voorkeur, vinden.

Waar kiezers elkaar ook steeds meer in lijken te vinden is het standpunt rondom een eventuele uittreding. De zogeheten ‘Nexit’. Het percentage Nederlanders dat voor het verlaten van de EU is, is de afgelopen drie jaar gedaald van 22 naar 16 procent. Goed voorbeeld doet volgen, zullen we maar zeggen. Alleen de PVV is nog standvastig voorstander van een uittreding. Binnen het Forum voor Democratie is enige twijfel te bespeuren omtrent hun eerdere Nexit-standpunt.

De politieke partijen die in Nederland een gooi doen naar het parlement zijn het net als de bevolking ook op een aantal punten met elkaar eens. Bijvoorbeeld wanneer het gaat over de broodnodige verhuizing van het parlement naar één locatie. Heden ten dage wordt er nog stuivertje gewisseld tussen Brussel, Straatsburg en Luxemburg. Daarnaast dient er meer openbaarheid te komen in de besteding van Europese subsidies die lidstaten ontvangen.

Uiteindelijk verschillen de partijen sterk wanneer het aankomt op de invulling van de eerdergenoemde thema’s en de invloed die de EU hierop uitoefent. De inmiddels welbekende stemwijzers bieden uitkomst voor de kiezer die nog zweeft of die bevestiging zoekt. Volgens de laatste peilingen zal de uitslag weinig afwijken van die van de Provinciale Statenverkiezingen in maart. Wat wil je ook in twee maanden tijd.

Sluiten