Een ABC over carnaval

Over een goeie week breekt het weer los in het zuiden: carnaval! Ik als ras-Brabander vier dit natuurlijk elk jaar en wil graag de rest van de studenten ook mee laten genieten van dit geweldige feest. Met Hollanders lijkt het vaak dat de betekenis en de impact van het feest niet goed doorkomt. Daarom deze ABC over carnaval, speciaal voor die mensen die de klemtoon verkeerd leggen. Je weet wie je bent.

 

Alaaf. Nee, ‘alaaf’ is het niet het enige woord dat we gebruiken tijdens de carnavalsperiode. Het wordt meestal gezegd aan het begin van een carnavalsavond, maar daar houdt het dan ook wel op. Je staat dus enorm voor paal als je tegen iedereen die je tegenkomt in Oeteldonk ‘Alaaf’ schreeuwt

 

Bier. Dit is natuurlijk een groot deel van carnaval. Zonder bier, geen gezelligheid.

 

Carnaval. Het feest dat gevierd wordt. Het is een van oorsprong heidens feest dat door de katholieke kerk in de kalender opgenomen werd. De protestanten vonden al dat gefeest blijkbaar niet gezellig, en dat is ook de reden dat carnaval vooral gevierd wordt in de gebieden waar veel katholieken wonen, zoals Brabant, Limburg en, jawel, Twente.

 

Dorpsnamen. Den Bosch wordt Oeteldonk, Bergeijk Teutengat en Tilburg Kruikestad. Die laatste is een verwijzing naar de Tilburgers die in kruiken urineerden om de textiel te kleuren. Kruikezeikers.

 

Elf. Het gekkengetal. Tijdens carnaval worden zoveel mogelijk zaken rond het getal elf gedaan. Zo beginnen optochten officieel vaak om 13:11 en is er zelfs een hele raad van elf.

 

Fixen. Ook van groot belang. Als je niet minstens een keer per uur iemand vol op z’n mond pakt, doe je het natuurlijk helemaal verkeerd. Oké, zo overdreven is het niet, maar je moet niet schrikken als je beste vriend opeens staat te plekken in het hoekje met je zus.

 

Gerstenatjes. Zie bier.

 

Hossen. Dat is wat je staat te doen als je halve pak kapot is, je geschuurd wordt door iemand die je niet kent, en je je armen van blijdschap boven je hoofd gooit.

 

Inhaken. Pak bij de echte meelallers je buurman vast en haak lekker in. Ook bij de polonaise is het van het uiterste belang dat je je voorganger goed vastpakt. Loslaten = falen

 

Jägermeister. Dit duivelse drankje kun je overal wel vinden.

De originaliteitsprijs was ver te zoeken. 

 

Kroegen. In iedere kroeg is wel iets te doen. Voor veel kroegen is carnaval een van de betere periodes van het jaar, en wordt er ook veel omzet gehaald. Voor de economie in het algemeen is het maar af te vragen of carnaval zoveel oplevert: Veel winkels en bedrijven sluiten hun deuren tijdens carnaval, waardoor elke andere economische activiteit stilligt.

 

Liever te dik in de kist, dan weer een feestje gemist. Spreekt voor zichzelf denk ik.

 

Muziek. Vaak hoor je Hollanders zeggen: ‘Hoe kun je naar die carnavalsmuziek luisteren?’ Je hoeft er ook niet naar te luisteren, je moet er gewoon met een paar biertjes op op kunnen dansen. En aangezien iedereen er als gekken uitziet, maakt het niet uit hoe je eruitziet als je danst. Probeer ook niet op elk liedje de polonaise in te zetten, volg gewoon de zuiderlingen als zij er een beginnen.

 

New Kids. Ja, New Kids komt uit Brabant. Dat betekent niet dat je je zo in elke kroeg kan gaan gedragen. Als je niet uit Brabant komt, kun je geen Brabants. Kut.

 

Optochten. In bijna elk dorp is wel een optocht. Vaak zijn carnavalsverenigingen al maanden bezig een kar in elkaar te zetten. Veelal worden lokale bekendheden en problemen op grappige wijze aan de kaart gesteld. Als je niet van harde of herhalende muziek houdt, zou ik hiervan wegblijven. Ook is elke weg afgesloten dus plan niks belangrijks, want je komt nergens.

 

Prins Carnaval. Bijna elke plek waar carnaval wordt gevierd heeft een prins. Deze is bedoeld als persiflage op de heersende klasse. Vaak is er bij de prins een adjudant of een prinses (niet Amalia). Ook worden onder kinderen van groep acht vaak een jeugdprins en prinses gekozen. Ik werd helaas niet gekozen. Baal ik nog steeds van.

 

Quarantaine. Waar je de meeste mensen in moet plaatsen na vijf dagen hard carnavallen.

 

Raad van Elf. Een groep van vaak geen elf mensen die het dagelijkse bestuur van een carnavalsvereniging op zich neemt. Hebben vaak van die gekke mutsjes met ganzenveren op.

 

Slaap. Of eigenlijk het gebrek eraan. Verwacht niet dat je de begeerde acht uur per nacht haalt. Uurtje bijtukken, dan weer doorrrrr.

 

Tonpraoten. Een soort stand-up comedy act achter een halve houten ton. Als je geen Brabants spreekt en niet uit een bepaalde plek komt, is de kans klein dat je er iets van snapt.

 

Uithoudingsvermogen. Dit is echt iets wat je goed kan gebruiken. Als je namelijk vijf dagen achter elkaar in de kroeg of buiten bier staat te drinken en te hossen, is het wel fijn als je het ook vol kan houden. Dat je op dinsdag in de kroeg in slaap valt, word je vergeven.

 

Verkleden. Natuurlijk trek je je gekste pakje aan voor carnaval. In sommige dorpen en steden hebben ze hun eigen klederdracht, waar ook streng op gehandhaafd wordt. Bereid je dus een beetje voor en zoek uit wat wel, en wat niet toegestaan is.

 

Woensdag. Als je dit op de kalender ziet staan, weet je dat je het hebt overleefd. Gefeliciteerd!

 

eX. Carnaval is natuurlijk de tijd om je oude vlammen op te zoeken en met ze -onherkenbaar- nog eens een keer een leuke avond te beleven.

 

Yogatechniek. Altijd handig als je weer zat van een bar af moet klimmen omdat het je een goed idee vond om daar met een biertje in je hand jezelf bovenop te hijsen.

 

Zo’n goeie hebben wij nog niet gehad. Liedje dat gespeeld wordt na elke goede act. De laatste act waarbij dit gespeeld wordt, is dus logischerwijs het beste. Als je hier niet twee keer een zachte ‘G’ uit je strot kan halen, moet je misschien niet meezingen.

Sluiten