Waarom heeft februari maar 28 dagen?

Soms wil je dat de maand zo snel mogelijk voorbij gaat. Gewoon, omdat je weer dringend toe bent aan salaris of je studiefinanciering. Sommige maanden mogen daarentegen zo lang mogelijk duren. Zoals de juli en augustus, zodat je nog lang van zon, zee en vakantie kan genieten. Of december, zodat je nog lang van de feestdagen en gezelligheid kan genieten. Gelukkig duren deze drie laatstgenoemde maanden dan ook maar liefst 31 dagen.

Dit geldt natuurlijk niet voor alle maanden. Deze hebben we in verschillende soorten en maten en vier hiervan duren enkel 30 dagen. Maar dan hebben we februari. Met een duur van slechts 28 dagen is februari veel korter dan alle andere maanden in het jaar. Maar waarom is dit nu precies het geval? En waarom duurt februari eens in de vier jaar ineens 29 dagen?

Na januari, een koude maand die altijd eindeloos lang lijkt te duren – zeker als je al op 2 januari, om 9 uur ’s ochtends, weer met college begint –, heb je niet zo’n behoefte aan nog zo’n lange en grauwe maand. Maar dit is natuurlijk niet de daadwerkelijke reden voor het feit dat februari maar 28 dagen heeft. Net als voor de verklaring van vele andere zaken en verschijnselen in ons huidige leven, moeten we voor de verklaring voor dit verschijnsel terug naar de Romeinen: een kort lesje geschiedenis dus – maak je geen zorgen, geen rechtsgeschiedenis (;

Vanaf de stichting van het Romeinse Rijk tot ongeveer de 8e eeuw voor Christus werd in het Romeinse Rijk de kalender van Romulus gehanteerd. Volgens deze kalender bestonden de maanden januari en februari niet: het jaar liep van maart tot en met december, waarbij maanden van 30 en 31 dagen elkaar steeds afwisselden (maart begon met 31 dagen en december duurde net als november maar 30 dagen). Het jaar had volgens de kalender dus eigenlijk maar 304 dagen en de 61 resterende dagen waren ‘maandloos’.

De zevende koning van Rome, Pompilius (716 – 673 v.C.) vond dit een vreemd gebeuren. Volgens hem moesten ook deze 61 dagen worden ondergebracht in een maand. Hierom introduceerde hij de Romeinse kalender, bestaand uit 12 maanden. Deze kalender was gebaseerd op maanstanden en liet het jaar beginnen met maart en eindigen in februari. Januari en februari werden dus toegevoegd: januari kreeg 29 dagen en februari 28.

Een eigenzinnigheid mag bij de Romeinen vaak natuurlijk niet ontbreken en ook nu is dat het geval. Romeinen beschouwden namelijk oneven getallen als geluksgetallen. Derhalve besloot Pompilius elk maand die 30 dagen duurde te verkorten met een dag, om hier tevens ‘geluksmaanden’ van te maken. De duur van laatste maand van het jaar, februari, bleef intact en februari werd daarmee een ongeluksmaand. Dit was wegens het feit dat de Romeinen het eindigen van het jaar niet specifiek zagen als een ‘goede’ of ‘gelukkige’ gebeurtenis. Een gedachte die natuurlijk enorm tegenstrijdig is met de huidige opvattingen over het einde van het jaar: wij gaan hem immers feestvierend en knallend uit met zoveel mogelijk vuurwerk, champagne en oliebollen.

De kalender van Pompilius had echter nog een gebrek: volgens zijn kalender duurde het jaar maar 355 dagen, terwijl de aarde toch echt 365 dagen nodig heeft om om de zon te draaien. Het aanhouden van zijn kalender zou er dus toe leiden dat in de loop der jaren seizoenen ineens in een andere maand zouden komen te vallen. Erg onpraktisch dus. De Romeinen gingen hier in eerste instantie op de volgende bijzonder wijze mee om: een keer in de twee jaar werd ineens een extra maand aan het jaar toegevoegd, namelijk ‘Mercedonius’. Deze maand duurde 27 dagen en begon op 24 februari – meestal dan, de precieze datum werd gekozen door de ponitfex maximus (de hoogste priester). Februari werd dus ingekort met 5 dagen en het betreffende jaar werd dus verlengd naar 377 dagen. Dit moest compenseren voor het kortere voorgaande jaar. Gezien de ponitfex maximus deze ‘tussenmaand’ moest inzetten en hij hierbij ook politieke overwegingen liet meespelen, bood dit geen goede, duidelijke oplossing. Dit probleem werd ook steeds groter.

Toen venit Caesar en vidit et vicit het probleem met de kalender. Hij hervormde de kalender en baseerde deze op de stand van de zon in plaats van die van de maan. Het ongeluk dat werd geassocieerd met even getallen wees hij van tafel en de Juliaanse kalender bestond gewoon uit maanden die dan 30 dan 31 dagen duurde. Januari werd omgedoopt tot de eerste maand van het jaar en de duur van februari bleef onaangetast. Dit leidde echter opnieuw tot een – deze keer wat kleiner – probleem. De draai van de aarde om de zon duurde 365,25 dagen, terwijl de kalender enkel 365 dagen telde. Dit werd opgelost door eens in de vier jaar februari te verlengen met een schrikkeldag: 29 februari – de dies van In Duplo

De korte duur van de maand februari en het schrikkeljaar is dus het resultaat van een hoop ‘gekloot’ van Romeinse heersers om een kalender te ontwikkelen die duurzaam synchroon zou lopen met de seizoenen. Een alternatieve versie van het verhaal is dat februari tot aan de tijd van Caesar gewoon 30 dagen duurde. Caesar, naar wie ook de maand juli is vernoemd, zou een dag van februari hebben ‘gestolen’ om het aan ‘zijn maand’ toe te voegen. Augustus, naar wie ook een van de maanden is vernoemd, zou hetzelfde hebben gedaan en februari hebben achtergelaten met zijn 28 dagen.

Welke versie van het verhaal spreekt jou het meeste aan?

Sluiten