Allez, een tram!

Koud en vroeg. Dat waren de twee meest gehoorde woorden op vrijdag om 8:15 op Kralingse Zoom. Maar, 40 eerstejaars waren natuurlijk niet zo maar daarheen gekomen. Vanaf hier vertrok de bus namelijk naar de hoofdstad van Oost-Vlaanderen: Gent!

Gelukkig geen reis van een halve dag, maar een comfortabele tweeënhalf uur in een verwarmde bus. Dat zijn van die momenten dat je het eens goed kunt hebben over de legitimiteit van 9/11, waarom Brabanders zoals ik een spraakgebrek hebben en hoe je de naam van de stad Edinburg uitspreekt. Door deze stevige polemiek vloog de busreis om en konden we in een mum van tijd genieten van de drie torens van Gent.

Tassen gedropt, zeven trams (spreek uit met de a in lam) ontweken en het centrum in. Een rondje rond een kerk, waar ze er trouwens veel te veel van hebben in Gent, en toen wat vrije tijd gekregen. Wat opvalt is dat het voor Belgen niks uitmaakt welke tijd het is om aan het bier te gaan. Mannen van 55 die met een Leffe Tripel om half elf op het terras (in november!) zitten is meer regel dan uitzondering. Na de gratis lunch vertrok de groep richting het transparante gerechtsgebouw. Uitleg gehad over het Belgische rechtssysteem (hartstikke bureaucratisch natuurlijk). Hier mochten we ook een arbeidsrechtszaak bijwonen. Als Vlamingen een beetje gearticuleerd spreken, zijn ze wel te verstaan. Wanneer ze echter mompelen én er geen microfoon in de rechtbank is, wordt het lastiger. Het besluit om midden in iemands betoog weg te lopen, viel ook niet helemaal in goede aarde.

Hierna werd de groep in kleinere groepjes verdeeld om “Crazy 88” te gaan spelen. Snoepjes kopen voor een paar cent, vreemden ten huwelijk vragen, torens van 20 centimeter bouwen van bierviltjes, het hoorde er allemaal bij. Met een shootout-vraag had het groepje van Hidde een heerlijke fles rode wodka gewonnen. Ere wie eer toekomt. Tijd voor diner alweer! Met vijftig man in een snackbar proppen waar ongeveer 45 man in past, laat dat maar aan de Reisco over. Met dienbladen vol friet werden de hongerige eerstejaars bediend.

Tijd voor een biertje. Eerst in het hostel (mocht eigenlijk niet, niet doorvertellen), daarna in een heerlijk bruin Belgisch café. Als je dan wat op hebt, kan het wel eens voorkomen dat iemand van de trap afdendert. We noemen geen namen. Daarna door naar de club om de avond eens goed af te sluiten met een dansje. Teruggekomen in het hostel, waar een slaapkamer uit driedubbele stapelbedden bestond, kwam iedereen snel tot de conclusie dat er te weinig douches voor te veel smerige studenten waren. Warm waren ze ook niet bepaald. Gedrang alom.

’s Ochtends heel vroeg, maar dan ook echt heel vroeg, moesten we weer ons bed uit om het ontbijt te halen. ’s Nachts was de airco een eigen leven gaan leiden waardoor het op een kamer 30˚C was. Nog brakker door de warmte werd de energie hersteld met een heerlijk ontbijtje. Er stond ons een boottocht te wachten. De schipper moest even controleren of er geen gaten in de boot zaten (insert Belgenmop), en daarna kon het enerverende tochtje beginnen. De man, die achterop het schip zat, was voorin tamelijk onverstaanbaar en dat de boot 3,5 km/u ging, hielp ook niet echt mee. Meerdere malen werden we ingehaald door een bejaard echtpaar op de kade. Een rondvaart was het ook niet te noemen, aangezien we drie keer een 180˚ draai gemaakt hebben.

Gelukkig stond, na de lunch (als je ooit in Gent bent, ga dan naar De Witte Leeuw), een bierproeverij op het programma. In brouwerij de Gentse Gruut kregen we een rondleiding door de biergeschiedenis door een hilarische en gepassioneerde brouwer. Met grappen en grollen en onder het genot van een drietal proeverkes, was deze proeverij een groot succes. Paulien en Jan scoorden punten met hun bierkennis.

Na een kort moment van bezinning in de Sint-Jacobskerk en achttien ontweken trams later konden we aanschuiven bij een geweldig Italiaans restaurant. Hierna was het weer tijd voor een drankje. Of, drankje, zeg maar een glas bier van een halve meter. Weddenschappen werden afgesloten. Zoals: “Wie kon het gaafste ding uit een kroeg/club meenemen?” Na het grote assortiment speciaalbiertjes uitgeprobeerd te hebben, was het weer tijd voor de club. Drie zalen met uiteenlopende muziek. Dansjes werden gedaan, bier gedronken en foto’s gemaakt. Die volgen later nog.

De brakke zondagochtend die daarop volgde werd benut om het middeleeuwse kasteel van Gent, Gravensteen, te bezoeken. Wat vooral indruk maakte, was het uitzicht en de tortuurkamer. Daarna nog wat tijd om te lunchen (echt waar, ga naar De Witte Leeuw), maar toen brak toch echt het moment aan om weer huiswaarts te keren. Een aantal mensen vond het zo’n leuke en vermoeiende trip dat ze ter plekke in de bus in slaap vielen. Anderen werden uitgejoeld omdat ze het over economie hadden. Al met al was het een geweldige reis die velen niet snel zullen vergeten. De bedankjes zijn voor de Reiscommissie, die het hele gebeuren in goede banen hebben geleid.

De weddenschap werd trouwens gewonnen met een editie van het Guinness Book of World Records uit 1976. Ook memorabel was het meegenomen fietsbord, maar dat kwam helaas niet uit een kroeg.

Sluiten